Lesson 2: Introducing yourself to your team 

You are hired, congratulations! 

Before your first day, your new team wants to get to know you. 

In this lesson, you will learn how to introduce yourself to your new team in a clear and professional way. We will practice using correct punctuation and look at the structure of a formal e‑mail, so you know exactly how to start, organise, and finish your message.

 

By the end of this lesson, you are able to write a clear and formal e-mail to your new team, using the correct structure and appropriate interpunction.

 

Interpunctie

 

Leestekens zijn hulpmiddelen in een tekst die ervoor zorgen dat we precies snappen wat er bedoeld wordt.
Ze laten zien wanneer je even moet pauzeren, moeten stoppen, een vraag stelt, superenthousiast bent (!) of een rijtje dingen opsomt.

Kortom: zonder leestekens zou een tekst voelen alsof je aan één stuk door praat zonder adem te halen en dat wil niemand 😉

 

Punt (.) Full stop

 

  • Gebruik je aan het einde van een zin.
  • Voorbeeld: Ik lees graag boeken.
  • De volgende zin begint altijd met een hoofdletter.

 

Komma (,) Comma

  • Gebruik je om onderdelen in een opsomming te scheiden:
    Ik houd van appels, bananen en sinaasappels.
  • Gebruik je om extra informatie in een zin te plaatsen:
    Mijn vriendin, die altijd erg vriendelijk is, helpt me vaak.
  • Gebruik je na een inleidend woord of korte uitdrukking:
    Ja, ik wil je wel helpen.

 

Vraagteken (?) Question Mark

  • Gebruik je aan het einde van een vraag.
  • Voorbeeld: Wat is jouw lievelingskleur?

 

 

Uitroepteken (!) Exclamation Mark

  • Gebruik je om sterke gevoelens of een waarschuwing aan te geven.
  • Voorbeelden: Pas op! of Ik ben zo blij!

 

 

Hoofdletters, Capital Letters

  • Altijd aan het begin van een zin.
  • Voor namen van mensen, plaatsen, talen, nationaliteiten en dagen van de week.
  • Voorbeelden:
    Mijn naam is Anna.
    Ik woon in Londen.
    Maandag is mijn favoriete dag.
  • In het Engels schrijf je het woord “I” (ik) altijd met een hoofdletter.
    • Voorbeeld: I like dancing

 

Apostrof (’) Apostrophe

  • Geeft bezit aan:
    Dit is Sarah’s boek.
  • Gebruik je bij samentrekkingen (contractions) in het Engels:
    I’m = I am
    don’t = do not

 

 

Aanhalingstekens (“ ”) Quotation Marks

  • Gebruik je om aan te geven dat iemand spreekt.
  • Voorbeeld: Hij zei: “Ik hou van pizza.”

 

 

Tips for students

- Read your sentence aloud – does it need a pause (comma) or a full stop?
- Start all sentences with capital letters.
- Use question marks for questions and exclamation marks for excitement.
- Don’t overuse punctuation – one mark at the end of a sentence is enough.

Assignment 1

Do this assignment about interpunction

If you think this assignment is difficult, try the next one to practise

When you're done with the assignment